Leviticus
hoofdstukken 1:8-14
BasisBijbel
8Op dat houtvuur moet hij de stukken vlees, de kop en het vet leggen.
9De darmen en de poten moet hij met water wassen. Daarna moet de priester die op de andere stukken leggen en dan alles op het altaar verbranden. Als hij het zó doet, ben Ik blij met het offer.
10Als hij een schaap of geit wil offeren, moet hij een gezond mannetjes-dier uitzoeken.
11Hij moet het bij Mij slachten aan de noordkant van het altaar bij de ingang van de tent van ontmoeting. De priester moet het bloed rondom tegen de zijkanten van het altaar werpen.
12Daarna moet de man het dier in stukken snijden. De priester moet de stukken vlees, de kop en het vet op het houtvuur op het altaar leggen.
13De darmen en de poten moeten met water gewassen worden. Daarna moet de priester die op de andere stukken leggen en dan alles op het altaar verbranden. Als hij het zó doet, ben Ik blij met het offer.
14Als hij Mij vogels wil offeren, moet hij daarvoor [ twee ] duiven nemen.