Leviticus
hoofdstukken 11:21-27
BasisBijbel
21Maar alle insecten die springpootjes hebben, mogen jullie wél eten.
22Dat zijn dus alle soorten sprinkhanen.
23Maar alle andere insecten moeten jullie walgelijk vinden.
24Daarvan worden jullie onrein. Als je een dood dier aanraakt, ben je tot de avond onrein.
25Als je een dood dier opraapt, moet je je kleren wassen en ben je tot de avond onrein.
26Alle dieren die gespleten hoeven hebben die niet helemaal in tweeën gespleten zijn, en die niet herkauwen, zijn onrein voor jullie. Als je die aanraakt, word je onrein.
27Ook alle dieren met vier poten die op hun platte voet lopen, zijn onrein voor jullie. Als je een dood dier aanraakt, ben je tot de avond onrein.