Leviticus
hoofdstukken 13:13-19
BasisBijbel
13dan zal hij hem zeggen dat hij rein is. Hij is helemaal wit geworden, en daarom is hij rein.
14Maar als hij wild vlees bij hem ziet, dan is hij onrein. Als de priester wild vlees ziet,
15dan zal hij hem zeggen dat hij onrein is. Het wild vlees is onrein, want het is een besmettelijke huidziekte.
16Als het wild vlees weer verdwijnt en wit wordt, dan moet hij weer naar de priester gaan.
17En de priester zal hem bekijken. Als hij ziet dat de zieke plek wit is geworden, dan zal hij hem zeggen dat hij rein is.
18Als iemand een zweer heeft gehad die genezen is,
19maar er ontstaat op de plaats van de zweer een witte zwelling of een roodachtig-witte plek, dan moet de priester die bekijken.