Leviticus
hoofdstukken 13:6-12
BasisBijbel
6Op de zevende dag zal de priester voor de tweede keer komen kijken. Als de zieke plek dan dof is geworden, en zich niet verder over de huid heeft verspreid, dan zal de priester hem zeggen dat hij rein is. Het is uitslag. De man moet zijn kleren wassen en dan zal hij rein zijn.
7Maar als de uitslag zich later toch verder over de huid verspreidt, dan moet hij wéér bij de priester komen.
8Als de priester dan ziet dat de uitslag zich verder over de huid heeft verspreid, dan zal hij hem zeggen hij onrein is. Het is een besmettelijke huidziekte.
9Als iemand een besmettelijke huidziekte heeft, moet hij naar de priester gebracht worden.
10Als de priester op de huid een witte zwelling ziet waarop het haar wit is geworden, of als hij ziet dat er wild vlees groeit in de zwelling,
11dan is dat duidelijk een besmettelijke huidziekte. De priester hoeft hem niet eerst zeven dagen apart te houden, want het is duidelijk dat hij onrein is.
12Maar als de besmettelijke huidziekte al ver verspreid is over de huid en over het hele lichaam van de zieke zit, zo ver als de priester kan zien,