Leviticus
hoofdstukken 16:7-13
BasisBijbel
7Daarna moet hij de twee mannetjes-geiten bij Mij brengen, bij de ingang van de tent van ontmoeting.
8Aäron moet over deze twee bokken loten welke bok voor de Heer is en welke voor Azazel .
9De bok die voor de Heer is, moet Aäron aan Mij als vergevings-offer offeren.
10Maar de bok voor Azazel moet levend bij Mij gebracht worden. Later zal hij de woestijn in gestuurd worden en voor Azazel zijn. Zo zal dat dier zorgen voor vergeving voor het volk. [ Hij neemt alles wat het volk verkeerd gedaan heeft, mee de woestijn in ].
11Als Aäron de stier geslacht heeft waarmee hij vergeving vraagt voor zichzelf en zijn familie,
12moet hij daarna gloeiende houtskool van mijn altaar halen en in een vuurpan doen. Daarmee moet hij het heiligdom achter het [ tweede ] gordijn binnengaan. Ook moet hij twee handenvol wierook mee naar binnen nemen.
13Daar moet hij de wierook op het vuur [ in de vuurpan ] leggen en bij Mij neerzetten, zodat de rook van de wierook het vergevings-deksel op de kist van het verbond bedekt. Alleen zó zal hij in leven blijven.