Leviticus
hoofdstukken 16:9-15
BasisBijbel
9De bok die voor de Heer is, moet Aäron aan Mij als vergevings-offer offeren.
10Maar de bok voor Azazel moet levend bij Mij gebracht worden. Later zal hij de woestijn in gestuurd worden en voor Azazel zijn. Zo zal dat dier zorgen voor vergeving voor het volk. [ Hij neemt alles wat het volk verkeerd gedaan heeft, mee de woestijn in ].
11Als Aäron de stier geslacht heeft waarmee hij vergeving vraagt voor zichzelf en zijn familie,
12moet hij daarna gloeiende houtskool van mijn altaar halen en in een vuurpan doen. Daarmee moet hij het heiligdom achter het [ tweede ] gordijn binnengaan. Ook moet hij twee handenvol wierook mee naar binnen nemen.
13Daar moet hij de wierook op het vuur [ in de vuurpan ] leggen en bij Mij neerzetten, zodat de rook van de wierook het vergevings-deksel op de kist van het verbond bedekt. Alleen zó zal hij in leven blijven.
14Daarna moet hij met zijn vinger een deel van het bloed van de stier naar het oosten op het vergevings-deksel sprenkelen. Ook moet hij zeven keer met zijn vinger bloed sprenkelen op de grond vóór het vergevings-deksel.
15Dan moet hij [ buiten ] de bok gaan slachten voor het vergevings-offer dat voor het volk is. Het bloed moet hij naar binnen brengen, in het heiligdom achter het [ tweede ] gordijn. Daarmee moet hij hetzelfde doen als met het bloed van de stier: hij moet het op het vergevings-deksel en op de grond vóór het vergevings-deksel sprenkelen.