Leviticus
hoofdstukken 18:6-12
BasisBijbel
6Niemand mag naar bed gaan met iemand van zijn eigen familie. Ik ben de Heer.
7Je mag niet naar bed gaan met je vader. Ook niet met je moeder. Want ze is je moeder. Daarom mag je niet met haar naar bed gaan.
8Je mag niet naar bed gaan met de vrouw van je vader. Want ze is van je vader.
9Je mag niet naar bed gaan met je zus (de dochter van je vader of de dochter van je moeder, geboren in het gezin of daarbuiten).
10Je mag niet naar bed gaan met één van je kleindochters. Want dat is een schande voor jezelf.
11Je mag niet naar bed gaan met de dochter van de vrouw van je vader. Ze is je [ half ]zus.
12Je mag niet naar bed gaan met de zus van je vader. Want ze is familie van je vader.