Leviticus
hoofdstukken 2:5-11
BasisBijbel
5Als je iets wil offeren wat je op een bakplaat gebakken hebt, dan moet het gemaakt zijn van fijn meel dat gemengd is met olijf-olie. Er mag geen gist in zitten.
6Je moet het brood in stukken breken en er dan olijf-olie op gieten. Het is een meel-offer.
7Als je iets offert wat in een pan wordt gebakken, dan moet het [ ook ] van fijn meel en olijf-olie gemaakt worden.
8Je moet het meel-offer dat je gemaakt hebt, bij Mij brengen. Je moet het aan de priester geven en hij zal het naar het altaar brengen.
9De priester moet een deel van het meel-offer naar Mij omhoog houden en daarna op het altaar verbranden. Dat betekent dat het hele meel-offer aan Mij is gegeven, ook al wordt er maar een deel van verbrand. Als hij het zó doet, ben Ik blij met het offer.
10Het andere deel is voor de priesters [ om op te eten ]. Het is heel erg heilig, omdat het een deel van mijn offers is.
11Een meel-offer mag nooit met gist klaargemaakt worden. Er mag nooit gist of honing in een meel-offer zitten.