Leviticus
hoofdstukken 21:15-21
BasisBijbel
15Want anders zouden zijn kinderen onheilig zijn. Want Ik ben de Heer, en Ik heb hem heilig gemaakt en uitgekozen om Mij te dienen."
16De Heer zei tegen Mozes:
17"Zeg tegen Aäron: Als een priester een afwijking aan zijn lichaam heeft, mag hij niet mijn offers brengen. Niemand met een afwijking aan zijn lichaam mag het werk van een priester doen.
18Niemand die blind of verlamd is, of misvormde armen of benen heeft, mag mijn offers brengen.
19Ook niemand met een gebroken arm of been,
20een misvormde rug, te korte armen en benen, een oogziekte, een huidziekte of beschadigde geslachtsdelen.
21Niemand uit de familie van Aäron met een afwijking aan zijn lichaam mag bij Mij komen om de vuur-offers aan Mij te offeren.