Leviticus
hoofdstukken 22:11-17
BasisBijbel
11Maar als een priester een slaaf koopt, mag die slaaf er ook van eten, met al zijn kinderen.
12En als de dochter van een priester trouwt met iemand van een andere stam, mag ze niet meer van de offers eten.
13Maar als ze weduwe wordt of door haar man wordt weggestuurd, en geen kinderen heeft en weer net als vroeger bij haar vader gaat wonen, dan mag ze mee-eten van het eten dat haar vader van de offers krijgt. Maar iemand die niet bij de priesterfamilies hoort, mag er niet van eten.
14Als iemand per ongeluk het heilige deel van de offers heeft opgegeten, het deel van de offers dat voor de priesters is, dan moet hij dat aan de priester terugbetalen. En hij moet er nog een vijfde deel als boete bij doen.
15De priesters moeten er op letten dat de heilige offers van de Israëlieten niet ontheiligd worden.
16Ze mogen niet toelaten dat mensen schuldig worden doordat ze het heilige deel dat voor de priesters is, hebben opgegeten. Want Ik ben de Heer en heb hen heilig gemaakt en uitgekozen om Mij te dienen."
17De Heer zei tegen Mozes: