Leviticus
hoofdstukken 22:20-26
BasisBijbel
20Hij mag nooit een dier offeren dat niet helemaal gezond is. Want dan ben Ik niet blij met het offer.
21Elk offerdier moet helemaal gezond zijn, of het nu een stier, een schaap of een geit is. Alleen dan ben Ik er blij mee.
22Als een dier blind is, of iets gebroken heeft, of verlamd is, of een huidziekte heeft, dan mag dat dier niet aan Mij geofferd worden.
23Een stier, schaap of geit met te korte of te lange poten mag wel als dank-offer geofferd worden, maar niet als offer voor een belofte.
24Maar een dier dat misvormd of gewond is aan de geslachtsdelen, mag niet aan Mij geofferd worden.
25Ook vreemdelingen mogen zulke dieren niet aan Mij offeren. Want zulke dieren zijn niet helemaal gezond. Met zo'n offer zal Ik niet blij zijn."
26Verder zei de Heer tegen Mozes: