Leviticus
hoofdstukken 22:26-32
BasisBijbel
26Verder zei de Heer tegen Mozes:
27"Het jong van een koe, schaap of geit moet na zijn geboorte zeven dagen bij zijn moeder blijven. Maar vanaf de achtste dag mag het aan Mij geofferd worden. Ik zal er blij mee zijn.
28Je mag het jong van een koe, schaap of geit niet op dezelfde dag slachten als zijn moeder.
29En als iemand Mij een dank-offer brengt, moet hij dat vrijwillig en van harte doen.
30Het vlees moet opgegeten worden op de dag dat het dier geslacht wordt. Er mag niets van overblijven tot de andere ochtend. Ik ben de Heer.
31Jullie moeten je precies aan deze regels houden. Want Ik ben de Heer.
32Beledig mijn heilige naam niet [ door Mij ongehoorzaam te zijn ]. Ik wil dat jullie ontzag voor Mij hebben. Vergeet niet dat Ik de Heilige ben.