Leviticus
hoofdstukken 24:18-23
BasisBijbel
18Maar als iemand een dier van het vee doodt, moet hij [ de eigenaar ] voor dat dier betalen. Hij moet hem er een ander dier voor in de plaats geven.
19En als iemand een ander verwondt, dan moet met hem gedaan worden wat hij zelf gedaan heeft:
20een breuk voor een breuk, een oog voor een oog, een tand voor een tand. Hetzelfde wat hij bij de ander heeft gedaan, moet bij hem gedaan worden.
21Als iemand een dier doodt, moet hij [ de eigenaar ] er een ander dier voor in de plaats geven. Maar als iemand een mens doodt, moet hij gedood worden.
22Voor de vreemdelingen én voor de mensen die als Israëliet geboren zijn, geldt dezelfde wet. Ik ben jullie Heer God."
23Mozes zei dit tegen de Israëlieten. Toen brachten ze de man die gevloekt had het tentenkamp uit en gooiden hem met stenen dood. Zo deden de Israëlieten wat de Heer aan Mozes bevolen had.