Leviticus
hoofdstukken 25:4-10
BasisBijbel
4Maar het zevende jaar moet het land rust hebben. Het is een heilige rusttijd voor Mij. Dan mogen jullie niet op de akkers zaaien en de wijngaarden niet snoeien.
5Wat vanzelf opkomt, mogen jullie niet oogsten [ om te verkopen, maar alleen om zelf van te eten ]. En de druiven die aan jullie niet-gesnoeide wijnstruiken groeien, mogen jullie niet plukken [ om te verkopen, maar alleen om zelf van te eten ]. Het is een jaar van rust voor het land.
6Wat er in dat jaar op het land groeit, zal genoeg zijn voor jullie allemaal om van te leven. Het is genoeg voor jullie en jullie slaven, slavinnen en knechten en voor de vreemdelingen die bij jullie wonen.
7Ook voor het vee en de wilde dieren.
8Jullie moeten zeven keer zo'n rustjaar houden, tot er zeven keer zeven jaren, dus 49 jaren, voorbij zijn.
9In het 50e jaar moet er op de tiende dag van de zevende maand op de trompetten worden geblazen. Dat is op de [ jaarlijkse ] Dag van Vergeving.
10Elk 50e jaar moeten jullie vieren als een speciaal jaar. Dat jaar moeten alle slaven in het land vrijgelaten worden. Het is voor iedereen een Jubeljaar. Iedereen mag teruggaan naar zijn eigen stuk grond en naar zijn eigen familie.