Leviticus
hoofdstukken 25:7-13
BasisBijbel
7Ook voor het vee en de wilde dieren.
8Jullie moeten zeven keer zo'n rustjaar houden, tot er zeven keer zeven jaren, dus 49 jaren, voorbij zijn.
9In het 50e jaar moet er op de tiende dag van de zevende maand op de trompetten worden geblazen. Dat is op de [ jaarlijkse ] Dag van Vergeving.
10Elk 50e jaar moeten jullie vieren als een speciaal jaar. Dat jaar moeten alle slaven in het land vrijgelaten worden. Het is voor iedereen een Jubeljaar. Iedereen mag teruggaan naar zijn eigen stuk grond en naar zijn eigen familie.
11Dat 50e jaar zal een Jubeljaar voor jullie zijn. Dat jaar mogen jullie niet zaaien. En wat vanzelf op het land opkomt, mogen jullie niet oogsten [ om te verkopen, maar alleen om zelf van te eten ]. En de druiven die aan jullie niet-gesnoeide wijnstruik groeien, mogen jullie niet plukken [ om te verkopen, maar alleen om zelf van te eten ].
12Het zal een Jubeljaar voor jullie zijn, een speciaal jaar voor Mij. Jullie mogen alleen eten wat vanzelf opkomt.
13En in het Jubeljaar zal iedereen ook het land terugkrijgen dat vroeger van hem was."