Leviticus
hoofdstukken 3:7-13
BasisBijbel
7Als hij een schaap offert, moet hij het dier bij Mij brengen.
8Hij moet zijn hand op de kop van het dier leggen en het slachten vóór de tent van ontmoeting. De priester moet het bloed rondom tegen de zijkanten van het altaar werpen.
9Het [ vlees mag worden opgegeten, maar het ] vet van het dier moet op het altaar worden verbrand: al het vet, de hele staart, die hij dicht bij de ruggengraat moet afsnijden, al het vet dat rond de darmen zit,
10de twee nieren met het vet dat daaraan zit en het vet rond de lever.
11De priester moet dat op het altaar verbranden. Zo is het een geschenk voor Mij.
12Als hij een geit offert, moet hij het dier bij Mij brengen.
13Hij moet zijn hand op de kop van het dier leggen en het slachten vóór de tent van ontmoeting. De priester moet het bloed rondom tegen de zijkanten van het altaar werpen.