Leviticus
hoofdstukken 4:8-14
BasisBijbel
8Dan moet hij al het vet uit de stier weghalen: het vet rond de darmen,
9de twee nieren met het vet dat daaraan zit en het vet rond de lever.
10Dus net als bij de koe of stier voor het dank-offer. Dat vet moet de priester verbranden op het brandoffer-altaar.
11Maar de rest, dus de huid en al het vlees, de kop, de poten, de darmen en de mest,
12moet hij buiten het tentenkamp brengen, naar een speciale, reine plek. Dat is de plek waar ook de as [ van de offers ] weggegooid wordt. Daar moet hij dat alles op een houtvuur verbranden.
13Als het hele volk Israël per ongeluk iets heeft gedaan wat Ik verboden heb, rust er schuld op het hele volk.
14Als ze ontdekken dat ze per ongeluk iets verkeerds hebben gedaan, moeten ze een jonge stier offeren om vergeving te krijgen. Ze moeten hem bij Mij brengen.