Leviticus
hoofdstukken 6:7-13
BasisBijbel
7En de priester moet Mij voor hem om vergeving vragen, en hij zal vergeving krijgen voor de dingen waardoor hij schuldig geworden was."
8De Heer zei tegen Mozes:
9"Geef Aäron en zijn zonen de volgende wetten voor de [ dagelijkse ] brand-offers. Het brand-offer [ dat 's avonds geofferd wordt, ] moet de hele nacht, tot de volgende ochtend, op het vuur op het altaar blijven liggen branden. Het vuur op het altaar moet de hele nacht aan blijven.
10De volgende ochtend moet de priester zijn linnen onderkleren en bovenkleren aandoen. Daarna moet hij de as van het verbrande dier van het altaar halen. Die as moet hij naast het altaar gooien.
11Daarna moet hij zijn [ priester ]kleren uitdoen en zijn gewone kleren aantrekken. Dan moet hij de as buiten het tentenkamp brengen, naar een reine plaats.
12Het vuur op het altaar moet altijd blijven branden. Het mag nooit uitgedoofd worden. Elke ochtend moet de priester nieuw hout op het vuur leggen, het [ ochtend ]brand-offer er op leggen en daarop het vet van de dank-offers.
13Het vuur op het altaar moet altijd blijven branden. Het mag nooit uitgedoofd worden."