Leviticus
hoofdstukken 7:11-17
BasisBijbel
11[ De Heer zei tegen Mozes: ] "Dit zijn de wetten voor het dank-offer.
12Als iemand aan Mij een dier wil offeren als dank-offer, dan moet hij er ongegiste koeken bij doen van deeg dat gemengd is met olijf-olie, of ongegiste dunne koeken die met olijf-olie bestreken zijn, of koeken van geroosterd fijn meel dat gemengd is met olijf-olie.
13Bij dit offer hoort een offer van brood van gegist deeg.
14Van elk dank-offer moet een deel aan Mij gegeven worden door het naar Mij omhoog te houden en heen en weer te bewegen. Daarna is het voor de priester die het bloed van het offerdier uitgegoten heeft.
15Het vlees van het dier moet op dezelfde dag opgegeten worden. Er mag niets van overblijven tot de volgende ochtend."
16[ De Heer zei tegen Mozes: ] "Als iemand het offer bedoelt als belofte-offer [ (hij heeft dit offer aan de Heer beloofd) ] of als vrijwillig offer [ (gewoon omdat hij dat graag wil geven) ], dan mag hij op de dag dat hij het dier heeft geofferd, van het vlees eten. De volgende dag mag hij nog opeten wat er de vorige dag van overbleef.
17Maar als er op de derde dag nog steeds vlees over is, moet dat die dag worden verbrand.