Leviticus
hoofdstukken 7:29-35
BasisBijbel
29"Zeg tegen de Israëlieten: Als iemand Mij een dank-offer komt brengen, moet hij een deel van het offer zelf aan Mij geven.
30Hij moet zelf zijn vuur-offer offeren. Hij moet zelf het vet en het borststuk brengen. Het borststuk moet hij naar Mij omhoog houden en heen en weer bewegen. Het is een beweeg-offer.
31Daarna moet de priester het vet op het altaar verbranden. Maar het borststuk is voor de priesters.
32Ook de rechter schouder is voor de priester.
33De priester die het bloed van het dank-offer en het vet offert, krijgt de rechter schouder.
34Van alle dank-offers die de Israëlieten brengen, geef Ik het borststuk en de rechter schouder aan de priesters. Dat is een eeuwige wet voor de Israëlieten.
35Vanaf de dag dat Ik Aäron en zijn zonen tot priesters heb gezalfd, is dit deel van mijn vuur-offers voor hen.