Leviticus
hoofdstukken 7:3-9
BasisBijbel
3[ Het vlees mag opgegeten worden, maar ] al het vet van het dier is voor Mij: de staart, het vet dat op de darmen zit,
4de twee nieren met het vet dat daaraan zit en het vet rond de lever.
5De priester moet dit vet op het altaar verbranden. Het is een schuld-offer.
6Alle mannen uit de priesterfamilies mogen van het vlees eten, op een heilige plaats. Het is heel erg heilig.
7Voor de schuld-offers geldt hetzelfde als voor de vergevings-offers: het vlees van het offerdier is voor de priester die het dier voor iemand heeft geslacht en geofferd.
8Ook de huid mag hij hebben.
9En ook elk meel-offer dat in de oven, in een pan of op een bakplaat is gebakken, is voor de priester die het offer brengt.