Leviticus
hoofdstukken 7:5-11
BasisBijbel
5De priester moet dit vet op het altaar verbranden. Het is een schuld-offer.
6Alle mannen uit de priesterfamilies mogen van het vlees eten, op een heilige plaats. Het is heel erg heilig.
7Voor de schuld-offers geldt hetzelfde als voor de vergevings-offers: het vlees van het offerdier is voor de priester die het dier voor iemand heeft geslacht en geofferd.
8Ook de huid mag hij hebben.
9En ook elk meel-offer dat in de oven, in een pan of op een bakplaat is gebakken, is voor de priester die het offer brengt.
10Elk meel-offer, met of zonder olijf-olie, is voor de priesters."
11[ De Heer zei tegen Mozes: ] "Dit zijn de wetten voor het dank-offer.