Leviticus
hoofdstukken 8:17-23
BasisBijbel
17Maar de rest van de stier, dus de huid, het vlees en de mest, verbrandde hij buiten het tentenkamp – zoals de Heer het Mozes bevolen had.
18Toen bracht hij het mannetjes-schaap voor het brand-offer. Aäron en zijn zonen legden hun handen op de kop van het dier.
19Mozes slachtte het schaap en wierp het bloed rondom tegen de zijkanten van het altaar.
20Het dier sneed hij in stukken. Hij verbrandde de kop, de stukken en het vet.
21Maar de darmen en de poten waste hij [ eerst ] met water voordat hij ze samen met de andere stukken op het altaar verbrandde. En de Heer was blij met dit offer, omdat het geofferd werd op de manier die Hij Mozes bevolen had.
22Toen bracht hij het tweede mannetjes-schaap. Dat dier zou geofferd worden om de priesters klaar te maken om de Heer te dienen. Aäron en zijn zonen legden hun handen op de kop van het dier.
23Mozes slachtte het en smeerde een deel van het bloed aan Aärons rechter oorlel, aan zijn rechter duim en aan zijn rechter grote teen.