Leviticus
hoofdstukken 8:7-13
BasisBijbel
7Daarna deed hij Aäron het onderkleed aan, maakte de gordel vast, trok hem het [ blauwe ] overkleed aan, deed het priesterschort daarover en maakte de gordel van het priesterschort vast.
8Daarna maakte hij de borsttas vast en legde de Urim en de Tummim daarin.
9Hij zette hem de tulband op het hoofd. Hij maakte daarop aan de voorkant de gouden plaat vast, de heilige diadeem, zoals de Heer het Mozes bevolen had.
10Toen nam Mozes de zalf-olie en zalfde de tent en alles wat daarin was. Zo maakte hij die klaar voor het werk voor de Heer.
11Ook sprenkelde hij zeven keer zalf-olie op het altaar met alles wat erbij hoorde en op de waskom en het voetstuk van de waskom. Zo maakte hij ze klaar voor het werk voor de Heer.
12Daarna goot hij zalf-olie over het hoofd van Aäron om hem zo klaar te maken om de Heer te dienen.
13Daarna liet Mozes de zonen van Aäron dichterbij komen, trok hun de linnen kleren aan, deed hun een gordel om en zette de mutsen op hun hoofd – zoals de Heer het Mozes bevolen had.