Leviticus
hoofdstukken 9:8-14
BasisBijbel
8Toen ging Aäron naar het altaar en slachtte het kalf, als vergevings-offer voor zichzelf.
9Zijn zonen brachten hem het bloed. Hij doopte zijn vinger in het bloed en smeerde het aan de horens van het altaar. De rest van het bloed schonk hij uit aan de voet van het altaar.
10Het vet, de nieren en het vet rond de lever van het dier verbrandde hij, zoals de Heer het Mozes bevolen had.
11Maar het vlees en de huid verbrandde hij buiten het tentenkamp.
12Toen slachtte hij het brand-offer en zijn zonen brachten hem het bloed. Hij wierp het rondom tegen de zijkanten van het altaar.
13Ook brachten ze hem het dier voor het brand-offer, in stukken gesneden, met de kop. Hij verbrandde die stukken op het altaar.
14Hij waste de darmen en poten met water. Daarna verbrandde hij ze met de andere stukken op het altaar.