Micha
hoofdstukken 2:2-8
BasisBijbel
2Als ze een akker willen hebben, dan roven ze die. Als ze huizen willen hebben, dan nemen ze die. Zo bedriegen ze de mensen en nemen hun huizen en grond in bezit.
3Daarom, zegt de Heer, zal Ik hen straffen. Ze zullen op geen enkele manier aan hun straf kunnen ontkomen. Ze zullen gebukt lopen van ellende, want het zal een zware tijd zijn.
4In die tijd zal er over hen een treurlied gezongen worden:'Het is afgelopen met ons. We zijn vernietigd.De Heer geeft het land van zijn volk aan vreemden.Hij neemt het ons af!Hij deelt onze akkers uit aan vreemden.'
5Niemand zal nog door loting een nieuw stuk land krijgen in de vergadering van de Heer.
6Houd toch op met profeteren! Profeteer maar niet. Jullie zullen alleen maar voor schut komen te staan.
7Jullie die het volk van Israël heten, luister! Zou de Geest van de Heer boos zijn? Kijk wat Hij doet, dan weet je het! De Heer is toch altijd goed voor mensen die leven zoals Hij het wil?
8Maar sinds enige tijd gedraagt mijn volk zich als een vijand tegen Mij. Want jullie beroven onschuldige voorbijgangers, [ als ] mannen die terugkomen van de strijd!