Nahum
hoofdstukken 1:3-9
BasisBijbel
3De Heer is heel geduldig, maar ook heel machtig. Hij laat geen kwaad ongestraft. Waar Hij gaat, stormt een orkaan. De wolken zijn het stof rond zijn voeten.
4Als Hij het wil, valt de zee droog. Hij laat de rivieren opdrogen. De graslanden van Basan, de bomen op de Karmel en de bossen op de Libanon verdorren.
5De bergen beven voor Hem en de heuvels schudden. Als Hij komt, schudt de aarde en beven de bewoners.
6Wie zal in leven blijven als Hij kwaad is? Wie zal zijn woede kunnen overleven? Zijn woede is als de hitte van een vuur waarvan zelfs de rotsen barsten.
7De Heer is goed. Hij is een sterke Helper in tijd van nood. Hij zorgt voor de mensen die op Hem vertrouwen.
8Door een grote overstroming maakt Hij een eind aan de stad [ Ninevé ]. Hij jaagt zijn vijanden de dood in.
9Hoe durven jullie tegen de Heer in opstand te komen? Hij zal er een eind aan maken. Zijn volk zal geen tweede keer [ door Assur ] worden bedreigd.