Numeri
hoofdstukken 13:20-26
BasisBijbel
20Kijk of de grond goed is of slecht en of er bossen zijn of niet. Wees niet bang. Breng ook iets mee van de vruchten van het land." Het was toen net de tijd dat de eerste druiven rijp waren.
21Ze vertrokken en verkenden het land vanaf de Zin-woestijn tot aan Rehob, waar de weg naar Hamat begint.
22Ze trokken door het Zuiderland, tot aan Hebron. Daar woonden Ahiman, Sesai en Talmai, uit de familie van Enak . (Hebron is zeven jaar eerder gebouwd dan Zoan in Egypte.)
23Toen ze in het Eskol-dal gekomen waren, sneden ze daar een tak met een tros druiven af. Die tros was zó zwaar, dat ze hem met z'n tweeën aan een draagstok moesten dragen. Ook namen ze granaatappels en vijgen mee.
24Ze noemden dat dal Eskol [ (= 'tros') ], omdat ze daar de druiventros hadden afgesneden.
25Na 40 dagen kwamen ze terug in het kamp in Kades in de Paran-woestijn.
26Ze gingen naar Mozes en Aäron en het hele volk van de Israëlieten en vertelden wat ze allemaal hadden gezien. Ook lieten ze de vruchten van het land zien die ze hadden meegebracht.