Numeri
hoofdstukken 14:1-7
BasisBijbel
1Toen begon het hele volk vreselijk te jammeren en te klagen. Ze huilden die hele nacht.
2En ze mopperden en klaagden tegen Mozes en Aäron: "Waren we maar in Egypte gestorven! Of in deze woestijn!
3Waarom brengt de Heer ons naar dit land? We zullen er gedood worden in de strijd! En onze vrouwen en kinderen zullen gevangen genomen worden! We kunnen maar beter naar Egypte teruggaan!"
4En ze zeiden tegen elkaar: "Laten we een [ andere ] leider kiezen en teruggaan naar Egypte!"
5Toen lieten Mozes en Aäron zich voor de Heer op de grond vallen voor de ogen van het hele volk Israël.
6Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, twee van de verkenners, scheurden hun kleren [ als teken van verdriet ].
7Ze zeiden tegen de Israëlieten: "Het land dat wij verkend hebben, is een prachtig en vruchtbaar land!