Numeri
hoofdstukken 14:20-26
BasisBijbel
20De Heer zei: "Omdat jij het vraagt, vergeef Ik hen.
21Maar Ik zweer bij Mijzelf: de hele aarde zal mijn hemelse macht en majesteit zien!
22en
23Want van alle mensen die mijn macht hebben gezien, en de wonderen die Ik in Egypte en in de woestijn voor hen heb gedaan, zal niemand in het land komen dat Ik aan hen beloofd heb! Ze hebben Mij nu al tien keer uitgedaagd. Ze hebben niet naar Mij geluisterd. Omdat ze Mij steeds kwaad gemaakt hebben, zullen ze het land niet te zien krijgen.
24Maar mijn dienaar Kaleb is anders. Hij is aldoor trouw aan Mij geweest. Daarom zal Ik hém naar het land brengen dat hij heeft verkend. Ik zal het aan hem en aan zijn familie ná hem geven.
25De Amalekieten en de Kanaänieten wonen in de Vlakte. Keer daarom morgen om en trek naar de woestijn, in de richting van de Rietzee."
26Verder zei de Heer tegen Mozes en Aäron: