Numeri
hoofdstukken 19:1-7
BasisBijbel
1De Heer zei tegen Mozes en Aäron:
2"Dit is de wet die Ik geef: Laat de Israëlieten een gezonde, roodbruine koe naar de priester Eleazar brengen. Het dier mag nog nooit een juk gedragen hebben.
3Eleazar moet het dier buiten het tentenkamp laten slachten en daar zelf bij zijn.
4Daarna moet Eleazar zijn vinger in het bloed dopen en zeven keer bloed sprenkelen in de richting van de tent van ontmoeting.
5Daarna moet een priester de hele koe verbranden tot er alleen nog as van over is: de huid, het vlees, het bloed, de darmen en de mest moeten worden verbrand. Eleazar moet daar bij zijn.
6Hij moet cederhout, een bosje van de hysop-plant en wat rode wol op de brandende koe gooien.
7Daarna moet hij zijn kleren wassen en zich helemaal in water wassen. Pas daarna mag hij het tentenkamp weer in komen. Maar hij is tot de avond onrein.