Numeri
hoofdstukken 21:6-12
BasisBijbel
6Toen stuurde de Heer giftige slangen op hen af, die hen beten. Heel veel mensen stierven.
7Toen ging het volk naar Mozes en zei: "We hebben verkeerd gedaan, want we hebben tegen de Heer en tegen jou gemopperd. Vraag alsjeblieft aan de Heer dat Hij ervoor zorgt dat de slangen weggaan!" Toen bad Mozes voor het volk.
8En de Heer zei tegen Mozes: "Maak een gifslang [ van koper ] en zet die op een paal. Iedereen die gebeten is, moet naar die slang kijken. Dan zal hij blijven leven."
9Toen maakte Mozes een koperen slang en zette die op een paal. Als iemand was gebeten en naar de koperen slang keek, bleef hij in leven.
10Daarna vertrokken de Israëlieten naar Obot. Daar zetten ze hun tenten op.
11Van Obot trokken ze naar de heuvels van Abarim. Die liggen in de woestijn die aan de oostkant van Moab ligt.
12Vandaar gingen ze naar de Zered-beek.