Numeri
hoofdstukken 21:8-14
BasisBijbel
8En de Heer zei tegen Mozes: "Maak een gifslang [ van koper ] en zet die op een paal. Iedereen die gebeten is, moet naar die slang kijken. Dan zal hij blijven leven."
9Toen maakte Mozes een koperen slang en zette die op een paal. Als iemand was gebeten en naar de koperen slang keek, bleef hij in leven.
10Daarna vertrokken de Israëlieten naar Obot. Daar zetten ze hun tenten op.
11Van Obot trokken ze naar de heuvels van Abarim. Die liggen in de woestijn die aan de oostkant van Moab ligt.
12Vandaar gingen ze naar de Zered-beek.
13Van de Zered trokken ze naar de overkant van de Arnon. De Arnon stroomt in de woestijn en komt uit het gebied van de Amorieten. Want de Arnon is de grens tussen Moab en de Amorieten.
14(Daarom wordt er gezegd in het Boek van de Oorlogen van de Heer: 'Waheb in Sufa, en de dalen van de Arnon,