Numeri
hoofdstukken 22:6-12
BasisBijbel
6Dat volk is machtiger dan ik. Kom het daarom alsjeblieft voor mij vervloeken. Misschien zal ik hen dan kunnen overwinnen en uit het land wegjagen. Want ik weet dat als jij iemand zegent, dan is hij werkelijk gezegend. En als jij iemand vervloekt, dan is hij werkelijk vervloekt."
7De leiders van Moab en van Midian gingen naar Bileam. Ze hadden het loon voor de waarzegger bij zich. Toen ze bij Bileam kwamen, vertelden ze hem de boodschap van Balak.
8Bileam antwoordde: "Blijf deze nacht hier. Dan zal ik jullie [ morgen ] vertellen wat de Heer mij heeft gezegd." Toen bleven de leiders van Moab bij Bileam.
9Die nacht kwam God naar Bileam toe en vroeg: "Wie zijn die mannen daar bij jou?"
10Bileam antwoordde: "Dat zijn boodschappers van koning Balak van Moab.
11Ze hebben me gezegd dat er een groot volk uit Egypte is gekomen. Een volk dat zó groot is, dat het hele land erdoor bedekt wordt. Koning Balak vraagt mij of ik dat volk voor hem wil komen vervloeken. Hij hoopt het dan te kunnen overwinnen en te kunnen wegjagen."
12Toen zei God tegen Bileam: "Je mag niet met hen meegaan. Je mag dat volk niet vervloeken, want Ik heb het gezegend."