Numeri
hoofdstukken 23:10-16
BasisBijbel
10Wie kan de familie van Jakob tellen?Ze zijn zo ontelbaar als stof!Wie kan tellen hoe groot ook maar een kwart van het volk Israël is?Ik wilde wel dat ik zou sterven als één van hen,als één van hen die bij God horen!"
11Toen zei Balak tegen Bileam: "Wat doe je me nu? Ik heb je laten komen om mijn vijanden te vervloeken, en nu heb je hen gezegend!"
12Maar hij antwoordde hem: "Ik mag alleen dát zeggen wat de Heer mij beveelt."
13Toen zei Balak tegen hem: "Ga alsjeblieft met mij mee naar een andere plek vanwaar je het volk kan zien. Daar zul je een ander deel van het volk zien. Maar ook daar kun je niet het hele volk zien. Vervloek hen dan voor mij vanaf die andere plaats."
14Hij nam hem mee naar de Zofim-vlakte, op de helling van de Pisga. Hij bouwde er zeven altaren en offerde op elk altaar een stier en een mannetjes-schaap.
15Bileam zei tegen Balak: "Blijf hier bij het offer staan. Ik zal verderop God ontmoeten."
16De Heer kwam naar Bileam toe en zei hem wat hij zeggen moest. Daarmee stuurde Hij hem naar Balak terug.