Numeri
hoofdstukken 23:7-13
BasisBijbel
7Bileam zei: "Balak, de koning van Moab, haalde mij uit Aram, uit de bergen in het oosten.Hij zei: 'Kom en vervloek het volk van Jakob voor mij. Verwens het volk Israël.'
8Maar hoe kan ik een volk vervloeken dat niet door God vervloekt is?Hoe kan ik een volk verwensen dat niet door de Heer verwenst is?
9Vanaf de top van deze rotsen zie ik hen.Ik zie hen vanaf de heuvels.Het is een bijzonder volk, anders dan de andere volken.
10Wie kan de familie van Jakob tellen?Ze zijn zo ontelbaar als stof!Wie kan tellen hoe groot ook maar een kwart van het volk Israël is?Ik wilde wel dat ik zou sterven als één van hen,als één van hen die bij God horen!"
11Toen zei Balak tegen Bileam: "Wat doe je me nu? Ik heb je laten komen om mijn vijanden te vervloeken, en nu heb je hen gezegend!"
12Maar hij antwoordde hem: "Ik mag alleen dát zeggen wat de Heer mij beveelt."
13Toen zei Balak tegen hem: "Ga alsjeblieft met mij mee naar een andere plek vanwaar je het volk kan zien. Daar zul je een ander deel van het volk zien. Maar ook daar kun je niet het hele volk zien. Vervloek hen dan voor mij vanaf die andere plaats."