Numeri
hoofdstukken 24:13-19
BasisBijbel
13'Al gaf Balak mij zijn huis vol goud of zilver, ik kan niet ongehoorzaam zijn aan het bevel van de Heer, door uit mijzelf iets goeds of iets slechts over het volk te zeggen. Wat de Heer zal spreken, dát zal ik zeggen.'
14Voordat ik naar mijn eigen volk terug ga, zal ik u zeggen wat dit volk uiteindelijk met uw land zal doen."
15en
16Hij zei: "Dit zegt Bileam.Dit zegt de man die hoort wat God zegten die de plannen van de Allerhoogste God kent.Hij ziet [ in zijn geest ] dingen die de Allerhoogste God hem laat zien.
17Ik zie iemand staan. Niet nu, maar in de toekomst.Hij komt op in Israël, zoals een ster opkomt aan de hemel.Hij is koning over Israël.Hij vernietigt Moab, het volk dat afstamt van Set.
18Hij zal zijn vijanden verslaan: hij zal Edom en Seïr veroveren.Israël zal sterk zijn en heersen.
19Iemand uit Israël zal heersen.Hij zal de vluchtelingen uit Ar doden."