Numeri
hoofdstukken 25:3-9
BasisBijbel
3Ze deden mee met het aanbidden van Baäl-Peor. Daarom werd de Heer woedend op het volk Israël.
4Hij zei tegen Mozes: "Laat alle leiders van het volk in de volle zon ophangen. Dan zal mijn woede overgaan."
5Toen zei Mozes tegen de rechters van Israël: "Dood alle mensen die meedoen met de afgodendienst aan Baäl-Peor."
6Huilend stond het volk bij de ingang van de tent van ontmoeting. Op dat moment zagen Mozes en alle anderen dat één van de Israëlieten juist een vrouw van Midian [ naar zijn tent ] meenam .
7Toen Pinehas, de zoon van Eleazar, de zoon van de priester Aäron, dat zag, stond hij op en pakte een speer.
8Hij volgde de man tot in de tent en stak de speer dwars door de man en de vrouw heen. Toen hield de ziekte op die onder het volk was uitgebroken.
9Er waren 24.000 mensen aan de ziekte gestorven.