Numeri
hoofdstukken 27:5-11
BasisBijbel
5Mozes ging met hun vraag naar de Heer.
6En de Heer zei tegen Mozes:
7"De dochters van Zelafead hebben gelijk. Je moet hun een eigen stuk grond geven, net als de broers van hun vader. Ze moeten het stuk grond krijgen dat voor hun vader zou zijn geweest.
8Zeg tegen de Israëlieten: Als iemand sterft zonder dat hij een zoon heeft gekregen, moet zijn dochter de grond erven.
9Als hij ook geen dochters heeft, moeten zijn broers de grond erven.
10Als hij geen broers heeft, moeten de broers van zijn vader de grond erven.
11En als zijn vader geen broers heeft, moet je zijn grond geven aan het meest nabije familielid uit zijn familie. Die mag het dan hebben." Dit zal voor de Israëlieten de wet zijn, zoals de Heer die aan Mozes bevolen heeft.