Numeri
hoofdstukken 3:4-10
BasisBijbel
4Nadab en Abihu waren door de Heer gedood in de Sinaï-woestijn, toen ze onheilig vuur bij de Heer hadden gebracht. Maar Eleazar en Itamar waren priesters bij hun vader Aäron [ die hogepriester was ]. Nadab en Abihu hadden geen kinderen.
5En de Heer zei tegen Mozes en Aäron:
6"Laat de mannen van de stam van Levi bij Aäron komen. Zij moeten hem voortaan helpen.
7Ze moeten Aäron en het volk dienen bij de tent van ontmoeting.
8Ze moeten zorgen voor alle dingen die bij de tent van ontmoeting horen. En ze moeten Mij namens het volk dienen bij de tent van ontmoeting.
9Alle Levieten zullen Aäron en zijn zonen helpen. Hen heb Ik daarvoor uit het volk Israël uitgekozen.
10Maar alleen Aäron en zijn zonen mogen priesters zijn. Als iemand anders de taken van een priester doet, zal Ik hem doden."