Numeri
hoofdstukken 34:13-19
BasisBijbel
13En Mozes beval de Israëlieten: "Dit is het land dat jullie onder elkaar moeten verdelen door er om te loten. Dit is het land dat de Heer aan 9½ stam geeft.
14Want de stammen van Ruben en Gad en de helft van de stam van Manasse hebben hun eigen gebied al gekregen.
15Hun eigen gebied is aan de oostkant van de Jordaan, tegenover Jericho."
16En de Heer zei tegen Mozes:
17"Dit zijn de namen van de mannen die het land onder jullie moeten verloten: [ ten eerste ] de priester Eleazar en Jozua, de zoon van Nun.
18Verder moet uit elke stam één leider loten over het stuk grond dat ze zullen bezitten.
19Dit zijn de namen van die mannen:van de stam van Juda: Kaleb, de zoon van Jefunne.