Numeri
hoofdstukken 35:4-10
BasisBijbel
4De graslanden van de steden die jullie aan de Levieten geven, moeten afgemeten worden vanaf de stadsmuur. De lengte vanaf de stadsmuur is 1000 el [ (450 meter) ].
5De breedte wordt 2000 el [ (900 meter) ]. Dus de graslanden voor de Levieten langs de oostkant, de zuidkant, de westkant en de noordkant zijn ieder 2000 el breed en 1000 el lang, met de stad in het midden.
6Zes van de steden die jullie aan de Levieten geven, moeten vrijsteden zijn. Als iemand per ongeluk iemand gedood heeft, kan hij naar een vrijstad vluchten. Daar zal hij veilig zijn voor de wraak van de familie van de gedode man. Behalve die zes vrijsteden moeten jullie hun nóg 42 steden geven.
7In totaal moeten jullie 48 steden aan de Levieten geven, met de graslanden die daar omheen liggen.
8Een stam die een groot gebied heeft, moet veel steden geven. Een stam die een kleiner gebied heeft, moet minder steden geven. Het aantal steden dat een stam aan de Levieten geeft, moet overeenkomen met de grootte van het gebied dat die stam heeft gekregen."
9En de Heer zei tegen Mozes:
10"Zeg tegen de Israëlieten: Als jullie de Jordaan oversteken naar Kanaän,