Numeri
hoofdstukken 5:4-10
BasisBijbel
4Toen stuurden de Israëlieten hen het tentenkamp uit, zoals de Heer tegen Mozes gezegd had.
5Toen zei de Heer tegen Mozes:
6"Zeg tegen de Israëlieten: Als iemand iets doet wat Ik niet wil, is hij schuldig.
7Hij moet hardop zeggen wat hij voor verkeerds gedaan heeft. Als hij door wat hij gedaan heeft iets aan een ander schuldig is, moet hij hem betalen wat hij hem schuldig is. En hij moet hem bovendien een boete betalen van een vijfde deel van de waarde van wat hij schuldig was.
8Maar als die ander niet meer leeft en ook geen familie heeft aan wie hij het kan betalen, moet hij het aan Mij betalen. De priester mag het hebben. De priester krijgt dus niet alleen het mannetjes-schaap dat de man moet offeren om vergeving te krijgen, maar ook dat wat de man moest betalen.
9Van alle offers die de Israëlieten aan Mij geven, is een deel voor de priester.
10Maar de rest is voor de man die het offer bracht. Alleen wat hij aan de priester geeft, is voor de priester."