Numeri
hoofdstukken 5:8-14
BasisBijbel
8Maar als die ander niet meer leeft en ook geen familie heeft aan wie hij het kan betalen, moet hij het aan Mij betalen. De priester mag het hebben. De priester krijgt dus niet alleen het mannetjes-schaap dat de man moet offeren om vergeving te krijgen, maar ook dat wat de man moest betalen.
9Van alle offers die de Israëlieten aan Mij geven, is een deel voor de priester.
10Maar de rest is voor de man die het offer bracht. Alleen wat hij aan de priester geeft, is voor de priester."
11De Heer zei tegen Mozes:
12"Zeg tegen de Israëlieten:
13en
14Stel dat een man denkt dat zijn vrouw met een andere man naar bed is geweest. Het kan zijn dat ze dat inderdaad heeft gedaan, maar dat niemand het heeft gezien. Het kan ook zijn dat hij zich vergist en alleen dénkt dat ze dat heeft gedaan. Als hij zijn vrouw dus niet meer vertrouwt, moet hij met haar naar de priester gaan.