Numeri
hoofdstukken 8:19-25
BasisBijbel
19Ik geef hen aan Aäron en zijn zonen. Zij moeten hen namens de Israëlieten helpen bij de tent van ontmoeting. En zij moeten Mij steeds om vergeving vragen voor de Israëlieten. Want als de andere Israëlieten te dicht bij mijn heiligdom komen, zullen ze sterven."
20Mozes, Aäron en het hele volk deden met de Levieten precies wat de Heer gezegd had.
21De Levieten lieten zich reinigen en wasten hun kleren. Aäron bewoog hen als een beweeg-offer vóór de Heer heen en weer. Hij vroeg voor hen om vergeving. Zo maakte hij hen klaar voor hun taak voor de Heer.
22Daarna mochten de Levieten hun werk doen bij de tent van ontmoeting. Daar moesten ze Aäron en zijn zonen helpen. Ze deden alles met de Levieten wat de Heer tegen Mozes gezegd had.
23En de Heer zei tegen Mozes:
24"Elke Leviet van 25 jaar of ouder moet dienst doen bij de tent van ontmoeting.
25Als hij 50 wordt, mag hij met dat werk stoppen. Hij hoeft geen dienst meer te doen.