Prediker
hoofdstukken 10:6-12
BasisBijbel
6Dwaze mensen kregen belangrijke plaatsen in de regering. Maar de wijze mensen kregen onbelangrijke baantjes.
7Ik zag slaven op paarden zitten. Maar koningen moesten te voet gaan als slaven.
8Iemand die een valkuil graaft [ voor iemand anders ], zal er zelf in vallen.En iemand die een muur doorbreekt, zal door een slang gebeten worden.
9Iemand die stenen draagt, kan gewond raken.Als je hout hakt, loop je gevaar.
10Als je bijl bot is geworden, moet je hem slijpen.Doe je dat niet, dan moet je steeds meer kracht gebruiken.Als je iets goed wil doen, kun je het beste met wijsheid te werk gaan.
11Als de slang je al heeft gebeten vóór de bezwering,heeft het geen zin meer om de slangenbezweerder nog te laten komen.
12Iedereen luistert graag naar de woorden van een wijs mens.Maar de woorden van een dwaas storten hem in het ongeluk.