Prediker
hoofdstukken 12:5-11
BasisBijbel
5Op een dag ben je al bang om een heuvel te beklimmen. Je bent bang voor gevaar op de weg. De amandelboom zal bloeien [ (je haar wordt wit) ], de sprinkhaan sleept zich voort [ (je komt niet meer mee, je bent traag geworden) ] en je hebt nergens meer zin in. Want je bent op weg naar je eeuwige huis. De klaagvrouwen staan al klaar om over je dood te klagen en te treuren.
6Denk aan je Maker voordat het zilveren koord [ (van het leven) ] wordt losgemaakt en je gouden lamp [ (je ziel) ] breekt. Denk aan Hem, voordat je kruik bij de bron wordt stukgeslagen en het waterrad in de put [ (je hart) ] wordt gebroken [ (en je hele bloedsomloop komt stil te liggen) ].
7Het stof waarvan je gemaakt was, gaat terug naar de aarde. En je geest gaat terug naar God die jou je geest gegeven had.
8Alles is maar lucht en leegte, zegt Prediker. Niets heeft werkelijk zin! Het hele leven is maar lucht en iets onbegrijpelijks!
9Ik ben niet alleen een wijs man geweest, maar ik heb ook veel aan het volk geleerd. Ik heb veel nagedacht en veel wijsheden opgeschreven.
10Ik heb geprobeerd om woorden te vinden waar de mensen iets aan hebben, een boek te schrijven met nuttige spreuken.
11De woorden van wijze mensen lijken op scherpe spijkers. Als je hun woorden één keer hebt gehoord, zitten ze zó stevig in je vast als een spijker in een plank. Ze zijn gegeven door één Herder.