Richters
hoofdstukken 15:3-9
BasisBijbel
3Toen zei Simson: "Dit keer is het niet míjn schuld dat ik de Filistijnen wat aandoe."
4En hij vertrok. Hij ving 300 vossen en bond ze twee aan twee met de staarten aan elkaar. Hij klemde fakkels tussen de staarten en stak ze aan.
5Daarna joeg hij de vossen de korenvelden van de Filistijnen in. Het graan was juist rijp om geoogst te worden. Al het graan op het veld en al het graan dat al in bossen samengebonden op het veld stond, verbrandde. Ook de wijngaarden en olijfbomen stak hij in brand.
6De Filistijnen vroegen: "Wie heeft dit gedaan?" De mensen zeiden: "Simson. Hij heeft dat gedaan omdat de vader van zijn vrouw haar aan een andere man heeft gegeven." Toen gingen de Filistijnen naar Timnat en staken de vrouw en haar vader in brand.
7Simson werd woedend en zei: "Doen jullie zúlke dingen? Dat zal ik jullie betaald zetten!"
8En met een paar stevige klappen brak hij hun benen. Daarna ging hij in de kloof bij de rots Etam wonen.
9De Filistijnen trokken het gebied van de stam van Juda binnen en overvielen de stad Lechi.