Richters
hoofdstukken 16:4-10
BasisBijbel
4Na een poosje werd hij verliefd op een [ Filistijnse ] vrouw in het Sorek-dal. Ze heette Delila.
5De vijf Filistijnse stadskoningen gingen naar haar toe en zeiden tegen haar: "Probeer van hem te weten te komen waardoor hij zo sterk is. Zoek uit hoe we hem kunnen vangen en waarmee we hem kunnen vastbinden. Dan zullen we je allemaal 1100 zilverstukken geven."
6Daarom vroeg Delila aan Simson: "Vertel me eens, waardoor ben jij zo sterk? En waarmee moet je vastgebonden worden zodat je niet meer los kan komen?"
7Simson antwoordde: "Als ik word vastgebonden met zeven verse pezen die nog niet zijn gedroogd, ben ik machteloos. Dan ben ik net als ieder ander."
8Toen brachten de vijf Filistijnse stadskoningen haar zeven verse pezen die nog niet waren gedroogd. Daarmee bond ze hem vast.
9De stadskoningen hadden zich in een andere kamer verborgen. Toen riep ze: "Pas op, Simson, de Filistijnen komen je halen!" Hij scheurde de pezen kapot alsof het verbrande grashalmen waren. En ze wisten niet, waardoor hij zo sterk was.
10Delila zei tegen Simson: "Je hebt me voor de gek gehouden! Je hebt tegen me gelogen! Vertel me alsjeblieft waarmee je vastgebonden kan worden."