Richters
hoofdstukken 17:2-8
BasisBijbel
2Op een dag zei hij tegen zijn moeder: "Er waren laatst toch 1100 zilverstukken van u gestolen? U heeft toen een vervloeking uitgesproken [ over de dief ]. Maar ik had dat geld van u gepakt." Toen zei zijn moeder: "Ik hoop dat de Heer je ervoor zal zegenen [ dat je me het eerlijk hebt gezegd ]!"
3Hij gaf het geld aan zijn moeder terug. Maar zij zei: "Luister, ik geef dit geld allemaal aan de Heer. Ik geef het aan jou, dan kun je er een beeld van maken. Hier is het."
4Maar hij wilde het geld niet aannemen. Toen nam ze 200 zilverstukken en gaf die aan een zilversmid. Hij moest er een godenbeeld van maken. Dat zette ze in het huis van Micha.
5Want deze Micha had namelijk een heiligdom. Hij had een borsttas gemaakt zoals de hogepriester had om de Heer mee om raad te vragen, en een aantal godenbeeldjes. Eén van zijn zonen had hij priester gemaakt.
6In die tijd was er geen koning in Israël. Iedereen deed wat hij wilde.
7In Betlehem, in het gebied van de stam van Juda, woonde een jongeman die Leviet was.
8Op een dag vertrok hij uit Betlehem, op zoek naar een plaats om te wonen. Zo kwam hij bij het huis van Micha, in de bergen van Efraïm.